Snelheid

Hoofdmenu Eentje per keer 

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal

  1. \(\)Sofiane rijdt aan een constante snelheid van 100,8 km/h voor een duur van 2205 s. Hoe ver rijdt Sofiane?\(\)
  2. \(\)Noah rijdt aan een constante snelheid van 3 m/s voor een duur van 0,3175 h . Hoe ver rijdt Noah?\(\)
  3. \(\)Laura legde een afstand van 45,684 km af in 0,27 h . Hoe snel reed Laura?\(\)
  4. \(\)Sofiane legde een afstand van 161,1 km af aan een constante snelheid van 180 km/h . Hoe lang deed Sofiane hier over?\(\)
  5. \(\)Kaoutar rijdt aan een constante snelheid van 90 km/h voor een duur van 0,735 h . Hoe ver rijdt Kaoutar?\(\)
  6. \(\)Sofiane legde een afstand van 41310 m af aan een constante snelheid van 122,4 km/h . Hoe lang deed Sofiane hier over?\(\)
  7. \(\)Noah legde een afstand van 18900 m af aan een constante snelheid van 42 m/s. Hoe lang deed Noah hier over?\(\)
  8. \(\)Zoë rijdt aan een constante snelheid van 11 m/s voor een duur van 0,1625 h . Hoe ver rijdt Zoë?\(\)
  9. \(\)Ilias rijdt aan een constante snelheid van 79,2 km/h voor een duur van 3555 s. Hoe ver rijdt Ilias?\(\)
  10. \(\)Kaoutar legde een afstand van 7,056 km af in 0,245 h . Hoe snel reed Kaoutar?\(\)
  11. \(\)Kaoutar legde een afstand van 32292 m af aan een constante snelheid van 82,8 km/h . Hoe lang deed Kaoutar hier over?\(\)
  12. \(\)Laura rijdt aan een constante snelheid van 10 m/s voor een duur van 0,805 h . Hoe ver rijdt Laura?\(\)

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal

Verbetersleutel

  1. \(\begin{align}----&---- \\v&=100,8 km/h \\ t&=2205 s \\ s&=? \\v &= 100,8 km/h \rightarrow v = 28 m/s \\s &= v . t \\ \Leftrightarrow s &= 28 . 2205 m \\ \Leftrightarrow s &= 61740m\end{align}\)
  2. \(\begin{align}----&---- \\v&=3 m/s \\ t&=0,3175 h \\ s&=? \\v &= 3 m/s \rightarrow v = 10,8 km/h \\s &= v . t \\ \Leftrightarrow s &= 10,8 . 0,3175 km \\ \Leftrightarrow s &= 3,429km\end{align}\)
  3. \(\begin{align}----&---- \\s&=45,684 km \\ t&=0,27 h \\ v&=? \\v &= \frac{s}{t} \\ \Leftrightarrow v &= \frac{45,684}{0,27} km/h \\ \Leftrightarrow v &= 169,2km/h\end{align}\)
  4. \(\begin{align}----&---- \\s&=161,1 km \\ v&=180 km/h \\ t&=? \\t &= \frac{s}{v} \\ \Leftrightarrow t &= \frac{161,1}{180} h \\ \Leftrightarrow t &= 0,895h\end{align}\)
  5. \(\begin{align}----&---- \\v&=90 km/h \\ t&=0,735 h \\ s&=? \\s &= v . t \\ \Leftrightarrow s &= 90 . 0,735 km \\ \Leftrightarrow s &= 66,15km\end{align}\)
  6. \(\begin{align}----&---- \\s&=41310 m \\ v&=122,4 km/h \\ t&=? \\s &= 41310 m \rightarrow s = 41,31 km \\t &= \frac{s}{v} \\ \Leftrightarrow t &= \frac{41,31}{122,4} h \\ \Leftrightarrow t &= 0,3375h\end{align}\)
  7. \(\begin{align}----&---- \\s&=18900 m \\ v&=42 m/s \\ t&=? \\t &= \frac{s}{v} \\ \Leftrightarrow t &= \frac{18900}{42} s \\ \Leftrightarrow t &= 450s\end{align}\)
  8. \(\begin{align}----&---- \\v&=11 m/s \\ t&=0,1625 h \\ s&=? \\v &= 11 m/s \rightarrow v = 39,6 km/h \\s &= v . t \\ \Leftrightarrow s &= 39,6 . 0,1625 km \\ \Leftrightarrow s &= 6,435km\end{align}\)
  9. \(\begin{align}----&---- \\v&=79,2 km/h \\ t&=3555 s \\ s&=? \\v &= 79,2 km/h \rightarrow v = 22 m/s \\s &= v . t \\ \Leftrightarrow s &= 22 . 3555 m \\ \Leftrightarrow s &= 78210m\end{align}\)
  10. \(\begin{align}----&---- \\s&=7,056 km \\ t&=0,245 h \\ v&=? \\v &= \frac{s}{t} \\ \Leftrightarrow v &= \frac{7,056}{0,245} km/h \\ \Leftrightarrow v &= 28,8km/h\end{align}\)
  11. \(\begin{align}----&---- \\s&=32292 m \\ v&=82,8 km/h \\ t&=? \\s &= 32292 m \rightarrow s = 32,292 km \\t &= \frac{s}{v} \\ \Leftrightarrow t &= \frac{32,292}{82,8} h \\ \Leftrightarrow t &= 0,39h\end{align}\)
  12. \(\begin{align}----&---- \\v&=10 m/s \\ t&=0,805 h \\ s&=? \\v &= 10 m/s \rightarrow v = 36 km/h \\s &= v . t \\ \Leftrightarrow s &= 36 . 0,805 km \\ \Leftrightarrow s &= 28,98km\end{align}\)
Oefeningengenerator vanhoeckes.be/wiskunde 2025-04-03 05:08:54