Reken uit
- \(\)In een vrachtwagen met 216 dozen zijn \(\frac{1}{8}\) van de dozen kartonnen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{3}\) die gedeukt zijn. Hoeveel kartonnen doosjes die gedeukt zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 450 stukken snoepgoed zijn \(\frac{5}{10}\) van de stukken snoepgoed gele snoepjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel gele snoepjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een bedrijf met 600 werknemers zijn \(\frac{3}{6}\) van de werknemers vrouwen. Hiervan zijn er \(\frac{5}{10}\) die minstens 3 talen spreken. Hoeveel vrouwen die minstens 3 talen spreken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 405 prullen zijn \(\frac{1}{9}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{3}{5}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 160 dozen zijn \(\frac{1}{4}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{8}{10}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 420 leerlingen zijn \(\frac{1}{10}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{6}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
- \(\)In een vrachtwagen met 224 dozen zijn \(\frac{1}{7}\) van de dozen metalen doosjes. Hiervan zijn er \(\frac{1}{8}\) die gebarsten zijn. Hoeveel metalen doosjes die gebarsten zijn zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 252 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{4}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{5}{9}\) die een vierkante vorm hebben. Hoeveel koekjes die een vierkante vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 280 prullen zijn \(\frac{1}{5}\) van de prullen polsbandjes. Hiervan zijn er \(\frac{6}{7}\) die lekker ruiken. Hoeveel polsbandjes die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 192 stukken snoepgoed zijn \(\frac{1}{4}\) van de stukken snoepgoed koekjes. Hiervan zijn er \(\frac{3}{6}\) die een ronde vorm hebben. Hoeveel koekjes die een ronde vorm hebben zijn er?\(\)
- \(\)In een doos met 160 prullen zijn \(\frac{1}{5}\) van de prullen sleutelhangers. Hiervan zijn er \(\frac{1}{8}\) die lekker ruiken. Hoeveel sleutelhangers die lekker ruiken zijn er?\(\)
- \(\)In een school met 210 leerlingen zijn \(\frac{2}{7}\) van de leerlingen meisjes. Hiervan zijn er \(\frac{8}{10}\) die eten van thuis meenemen. Hoeveel meisjes die eten van thuis meenemen zijn er?\(\)
Reken uit
Verbetersleutel
- \(\frac{1}{8}\times\frac{1}{3}\times 216=9\text{ kartonnen doosjes die gedeukt zijn}\)
- \(\frac{5}{10}\times\frac{3}{5}\times 450=135\text{ gele snoepjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{3}{6}\times\frac{5}{10}\times 600=150\text{ vrouwen die minstens 3 talen spreken}\)
- \(\frac{1}{9}\times\frac{3}{5}\times 405=27\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{1}{4}\times\frac{8}{10}\times 160=32\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{1}{10}\times\frac{1}{6}\times 420=7\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)
- \(\frac{1}{7}\times\frac{1}{8}\times 224=4\text{ metalen doosjes die gebarsten zijn}\)
- \(\frac{1}{4}\times\frac{5}{9}\times 252=35\text{ koekjes die een vierkante vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{5}\times\frac{6}{7}\times 280=48\text{ polsbandjes die lekker ruiken}\)
- \(\frac{1}{4}\times\frac{3}{6}\times 192=24\text{ koekjes die een ronde vorm hebben}\)
- \(\frac{1}{5}\times\frac{1}{8}\times 160=4\text{ sleutelhangers die lekker ruiken}\)
- \(\frac{2}{7}\times\frac{8}{10}\times 210=48\text{ meisjes die eten van thuis meenemen}\)