Snelheid

Hoofdmenu Eentje per keer 

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal

  1. \(\)Zoë legde een afstand van 1,386 km af aan een constante snelheid van 25,2 km/h . Hoe lang deed Zoë hier over?\(\)
  2. \(\)Ilias legde een afstand van 128,79 km af aan een constante snelheid van 162 km/h . Hoe lang deed Ilias hier over?\(\)
  3. \(\)Ilias legde een afstand van 12,006 km af aan een constante snelheid van 104,4 km/h . Hoe lang deed Ilias hier over?\(\)
  4. \(\)Ilias rijdt aan een constante snelheid van 90 km/h voor een duur van 0,3675 h . Hoe ver rijdt Ilias?\(\)
  5. \(\)Kaoutar rijdt aan een constante snelheid van 3 m/s voor een duur van 3087 s. Hoe ver rijdt Kaoutar?\(\)
  6. \(\)Laura rijdt aan een constante snelheid van 23 m/s voor een duur van 1,0175 h . Hoe ver rijdt Laura?\(\)
  7. \(\)Zoë rijdt aan een constante snelheid van 133,2 km/h voor een duur van 0,1225 h . Hoe ver rijdt Zoë?\(\)
  8. \(\)Ilias legde een afstand van 22878 m af aan een constante snelheid van 111,6 km/h . Hoe lang deed Ilias hier over?\(\)
  9. \(\)Noah legde een afstand van 57,6 km af in 1440 s. Hoe snel reed Noah?\(\)
  10. \(\)Zoë legde een afstand van 73,863 km af aan een constante snelheid van 104,4 km/h . Hoe lang deed Zoë hier over?\(\)
  11. \(\)Noah legde een afstand van 61,299 km af in 1251 s. Hoe snel reed Noah?\(\)
  12. \(\)Kaoutar rijdt aan een constante snelheid van 169,2 km/h voor een duur van 0,2775 h . Hoe ver rijdt Kaoutar?\(\)

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal

Verbetersleutel

  1. \(\begin{align}----&---- \\s&=1,386 km \\ v&=25,2 km/h \\ t&=? \\t &= \frac{s}{v} \\ \Leftrightarrow t &= \frac{1,386}{25,2} h \\ \Leftrightarrow t &= 0,055h\end{align}\)
  2. \(\begin{align}----&---- \\s&=128,79 km \\ v&=162 km/h \\ t&=? \\t &= \frac{s}{v} \\ \Leftrightarrow t &= \frac{128,79}{162} h \\ \Leftrightarrow t &= 0,795h\end{align}\)
  3. \(\begin{align}----&---- \\s&=12,006 km \\ v&=104,4 km/h \\ t&=? \\t &= \frac{s}{v} \\ \Leftrightarrow t &= \frac{12,006}{104,4} h \\ \Leftrightarrow t &= 0,115h\end{align}\)
  4. \(\begin{align}----&---- \\v&=90 km/h \\ t&=0,3675 h \\ s&=? \\s &= v . t \\ \Leftrightarrow s &= 90 . 0,3675 km \\ \Leftrightarrow s &= 33,075km\end{align}\)
  5. \(\begin{align}----&---- \\v&=3 m/s \\ t&=3087 s \\ s&=? \\s &= v . t \\ \Leftrightarrow s &= 3 . 3087 m \\ \Leftrightarrow s &= 9261m\end{align}\)
  6. \(\begin{align}----&---- \\v&=23 m/s \\ t&=1,0175 h \\ s&=? \\v &= 23 m/s \rightarrow v = 82,8 km/h \\s &= v . t \\ \Leftrightarrow s &= 82,8 . 1,0175 km \\ \Leftrightarrow s &= 84,249km\end{align}\)
  7. \(\begin{align}----&---- \\v&=133,2 km/h \\ t&=0,1225 h \\ s&=? \\s &= v . t \\ \Leftrightarrow s &= 133,2 . 0,1225 km \\ \Leftrightarrow s &= 16,317km\end{align}\)
  8. \(\begin{align}----&---- \\s&=22878 m \\ v&=111,6 km/h \\ t&=? \\s &= 22878 m \rightarrow s = 22,878 km \\t &= \frac{s}{v} \\ \Leftrightarrow t &= \frac{22,878}{111,6} h \\ \Leftrightarrow t &= 0,205h\end{align}\)
  9. \(\begin{align}----&---- \\s&=57,6 km \\ t&=1440 s \\ v&=? \\s &= 57,6 km \rightarrow s = 57600 m \\v &= \frac{s}{t} \\ \Leftrightarrow v &= \frac{57600}{1440} m/s \\ \Leftrightarrow v &= 40m/s\end{align}\)
  10. \(\begin{align}----&---- \\s&=73,863 km \\ v&=104,4 km/h \\ t&=? \\t &= \frac{s}{v} \\ \Leftrightarrow t &= \frac{73,863}{104,4} h \\ \Leftrightarrow t &= 0,7075h\end{align}\)
  11. \(\begin{align}----&---- \\s&=61,299 km \\ t&=1251 s \\ v&=? \\s &= 61,299 km \rightarrow s = 61299 m \\v &= \frac{s}{t} \\ \Leftrightarrow v &= \frac{61299}{1251} m/s \\ \Leftrightarrow v &= 49m/s\end{align}\)
  12. \(\begin{align}----&---- \\v&=169,2 km/h \\ t&=0,2775 h \\ s&=? \\s &= v . t \\ \Leftrightarrow s &= 169,2 . 0,2775 km \\ \Leftrightarrow s &= 46,953km\end{align}\)
Oefeningengenerator vanhoeckes.be/wiskunde 2025-04-03 05:02:11