Snelheid

Hoofdmenu Eentje per keer 

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal

  1. \(\)Amal legde een afstand van 132300 m af aan een constante snelheid van 176,4 km/h . Hoe lang deed Amal hier over?\(\)
  2. \(\)Amal rijdt aan een constante snelheid van 49 m/s voor een duur van 1458 s. Hoe ver rijdt Amal?\(\)
  3. \(\)Laura rijdt aan een constante snelheid van 61,2 km/h voor een duur van 3393 s. Hoe ver rijdt Laura?\(\)
  4. \(\)Noah rijdt aan een constante snelheid van 11 m/s voor een duur van 0,0625 h . Hoe ver rijdt Noah?\(\)
  5. \(\)Wietse rijdt aan een constante snelheid van 165,6 km/h voor een duur van 3303 s. Hoe ver rijdt Wietse?\(\)
  6. \(\)Laura legde een afstand van 91908 m af in 2484 s. Hoe snel reed Laura?\(\)
  7. \(\)Laura rijdt aan een constante snelheid van 154,8 km/h voor een duur van 0,925 h . Hoe ver rijdt Laura?\(\)
  8. \(\)Ilias legde een afstand van 93,798 km af aan een constante snelheid van 97,2 km/h . Hoe lang deed Ilias hier over?\(\)
  9. \(\)Wietse legde een afstand van 2,448 km af aan een constante snelheid van 17 m/s. Hoe lang deed Wietse hier over?\(\)
  10. \(\)Kaoutar legde een afstand van 87,3 km af aan een constante snelheid van 50 m/s. Hoe lang deed Kaoutar hier over?\(\)
  11. \(\)Zoë rijdt aan een constante snelheid van 7,2 km/h voor een duur van 0,875 h . Hoe ver rijdt Zoë?\(\)
  12. \(\)Amal legde een afstand van 56214 m af aan een constante snelheid van 64,8 km/h . Hoe lang deed Amal hier over?\(\)

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal

Verbetersleutel

  1. \(\begin{align}----&---- \\s&=132300 m \\ v&=176,4 km/h \\ t&=? \\s &= 132300 m \rightarrow s = 132,3 km \\t &= \frac{s}{v} \\ \Leftrightarrow t &= \frac{132,3}{176,4} h \\ \Leftrightarrow t &= 0,75h\end{align}\)
  2. \(\begin{align}----&---- \\v&=49 m/s \\ t&=1458 s \\ s&=? \\s &= v . t \\ \Leftrightarrow s &= 49 . 1458 m \\ \Leftrightarrow s &= 71442m\end{align}\)
  3. \(\begin{align}----&---- \\v&=61,2 km/h \\ t&=3393 s \\ s&=? \\v &= 61,2 km/h \rightarrow v = 17 m/s \\s &= v . t \\ \Leftrightarrow s &= 17 . 3393 m \\ \Leftrightarrow s &= 57681m\end{align}\)
  4. \(\begin{align}----&---- \\v&=11 m/s \\ t&=0,0625 h \\ s&=? \\v &= 11 m/s \rightarrow v = 39,6 km/h \\s &= v . t \\ \Leftrightarrow s &= 39,6 . 0,0625 km \\ \Leftrightarrow s &= 2,475km\end{align}\)
  5. \(\begin{align}----&---- \\v&=165,6 km/h \\ t&=3303 s \\ s&=? \\v &= 165,6 km/h \rightarrow v = 46 m/s \\s &= v . t \\ \Leftrightarrow s &= 46 . 3303 m \\ \Leftrightarrow s &= 151938m\end{align}\)
  6. \(\begin{align}----&---- \\s&=91908 m \\ t&=2484 s \\ v&=? \\v &= \frac{s}{t} \\ \Leftrightarrow v &= \frac{91908}{2484} m/s \\ \Leftrightarrow v &= 37m/s\end{align}\)
  7. \(\begin{align}----&---- \\v&=154,8 km/h \\ t&=0,925 h \\ s&=? \\s &= v . t \\ \Leftrightarrow s &= 154,8 . 0,925 km \\ \Leftrightarrow s &= 143,19km\end{align}\)
  8. \(\begin{align}----&---- \\s&=93,798 km \\ v&=97,2 km/h \\ t&=? \\t &= \frac{s}{v} \\ \Leftrightarrow t &= \frac{93,798}{97,2} h \\ \Leftrightarrow t &= 0,965h\end{align}\)
  9. \(\begin{align}----&---- \\s&=2,448 km \\ v&=17 m/s \\ t&=? \\s &= 2,448 km \rightarrow s = 2448 m \\t &= \frac{s}{v} \\ \Leftrightarrow t &= \frac{2448}{17} s \\ \Leftrightarrow t &= 144s\end{align}\)
  10. \(\begin{align}----&---- \\s&=87,3 km \\ v&=50 m/s \\ t&=? \\s &= 87,3 km \rightarrow s = 87300 m \\t &= \frac{s}{v} \\ \Leftrightarrow t &= \frac{87300}{50} s \\ \Leftrightarrow t &= 1746s\end{align}\)
  11. \(\begin{align}----&---- \\v&=7,2 km/h \\ t&=0,875 h \\ s&=? \\s &= v . t \\ \Leftrightarrow s &= 7,2 . 0,875 km \\ \Leftrightarrow s &= 6,3km\end{align}\)
  12. \(\begin{align}----&---- \\s&=56214 m \\ v&=64,8 km/h \\ t&=? \\s &= 56214 m \rightarrow s = 56,214 km \\t &= \frac{s}{v} \\ \Leftrightarrow t &= \frac{56,214}{64,8} h \\ \Leftrightarrow t &= 0,8675h\end{align}\)
Oefeningengenerator vanhoeckes.be/wiskunde 2026-03-07 04:38:28