Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)als je een getal vermeerdert met 20 bekom je 38. Wat is het getal?\(\)
  2. \(\)als je een zesde van een getal aftrekt van een vijfde van dat getal, dan krijg je 2 . Wat is dat getal? \(\)
  3. \(\)je betaalt 20 eurocent voor een chocoladereep. De kassierster geeft je 7 eurocent terug. Hoeveel kost een chocoladereep ?\(\)
  4. \(\)de som van drie opeenvolgende gehele getallen is 45. Wat zijn die getallen?\(\)
  5. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een zevende van dat getal, dan krijg je 6 . Wat is dat getal? \(\)
  6. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 31. Wat is het getal?\(\)
  7. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 53. Wat is het getal?\(\)
  8. \(\)Sofiane is x jaar. Zijn zus is 5 jaar ouder. Samen zijn ze 37 jaar. Hoe oud is Sofiane ?\(\)
  9. \(\)als je een getal vermindert met 25 bekom je -4. Wat is het getal?\(\)
  10. \(\)als je een vierde van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 3 . Wat is dat getal? \(\)
  11. \(\)je betaalt 45 eurocent voor een zakje chips, maar de kassierster zegt dat je 7 eurocent tekortkomt. Hoeveel kost een zakje chips ?\(\)
  12. \(\)als je een zevende van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 5 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \(x+20 = 38\Leftrightarrow x=38- 20 \Leftrightarrow x = 18\)
  2. \( \frac{1}{5}x-\frac{1}{6}x=2 \overset{\mbox{ .30 }}{ \Leftrightarrow } 6x-5x=60 \Leftrightarrow 1x=60 \Leftrightarrow x=60\)
  3. \(x=20 - 7 \Leftrightarrow x=13\)
  4. \(x+x+1+x+2 = 45\Leftrightarrow 3x+3=45 \Leftrightarrow 3x = 42\Leftrightarrow x = 14 \text{ De getallen zijn 14, 15 en 16}\)
  5. \( \frac{1}{7}x-\frac{1}{10}x=6 \overset{\mbox{ .70 }}{ \Leftrightarrow } 10x-7x=420 \Leftrightarrow 3x=420 \Leftrightarrow x=140\)
  6. \( 4 x-7=\frac{x}{5}+31 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 20x-35=x+155 \Leftrightarrow 20x-x=155+35 \Leftrightarrow 19x=190 \Leftrightarrow x=10\)
  7. \( 6 x-5=\frac{x}{5}+53 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 30x-25=x+265 \Leftrightarrow 30x-x=265+25 \Leftrightarrow 29x=290 \Leftrightarrow x=10\)
  8. \(x+x+5 = 37\Leftrightarrow 2x+5=37 \Leftrightarrow 2x = 32\Leftrightarrow x = 16 \text{ Sofiane is 16 jaar}\)
  9. \(x-25 = -4\Leftrightarrow x=-4+ 25 \Leftrightarrow x = 21\)
  10. \( \frac{1}{3}x-\frac{1}{4}x=3 \overset{\mbox{ .12 }}{ \Leftrightarrow } 4x-3x=36 \Leftrightarrow 1x=36 \Leftrightarrow x=36\)
  11. \(x=45 + 7 \Leftrightarrow x=52\)
  12. \( \frac{1}{2}x-\frac{1}{7}x=5 \overset{\mbox{ .14 }}{ \Leftrightarrow } 7x-2x=70 \Leftrightarrow 5x=70 \Leftrightarrow x=14\)
Oefeningengenerator vanhoeckes.be/wiskunde 2025-04-03 06:52:29