Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
- \(\text{Warinda heeft 3 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 63 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
- \(\text{Ayman heeft 45 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 320 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)
- \(\text{Ayman heeft 49 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 180 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)
- \(\text{Jana gaat 3 dagen in de week zwemmen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 1.05 km gezwommen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Nihad gaat 4 dagen in de week schaatsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 12 km geschaatst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Maxim heeft 53 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 52 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\)
- \(\text{Jana gaat 6 dagen in de week fietsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 126 km gefietst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Maxim heeft 57 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 144 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\)
- \(\text{Wouter heeft 42 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 310 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\)
- \(\text{Mila heeft 4 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 64 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)
- \(\text{Mila heeft 4 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 70 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
- \(\text{Maxim heeft 40 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 97 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\)
Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
Verbetersleutel
- \(\text{Warinda heeft 3 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 63 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\
3.x = 63 \\
\Leftrightarrow x = \frac{63}{3} = 21 \\
\text{Warinda kan maximaal 21 euro uitgeven aan een meter stof}\)
- \(\text{Ayman heeft 45 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 320 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\
x - 45 = 320 \\
\Leftrightarrow x = 320 + 45 = 365 \\
\text{Ayman had 365 euro}\)
- \(\text{Ayman heeft 49 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 180 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\
x - 49 = 180 \\
\Leftrightarrow x = 180 + 49 = 229 \\
\text{Ayman had 229 euro}\)
- \(\text{Jana gaat 3 dagen in de week zwemmen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 1.05 km gezwommen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per baantje} \\
3.x = 1.05 \\
\Leftrightarrow x = \frac{1.05}{3} = 0.35 \\
\text{Jana legt 0.35 km af per baantje}\)
- \(\text{Nihad gaat 4 dagen in de week schaatsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 12 km geschaatst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per rondje} \\
4.x = 12 \\
\Leftrightarrow x = \frac{12}{4} = 3 \\
\text{Nihad legt 3 km af per rondje}\)
- \(\text{Maxim heeft 53 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 52 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Maxim voor de aankoop} \\
x - 53 = 52 \\
\Leftrightarrow x = 52 + 53 = 105 \\
\text{Maxim had 105 euro}\)
- \(\text{Jana gaat 6 dagen in de week fietsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 126 km gefietst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per tourke} \\
6.x = 126 \\
\Leftrightarrow x = \frac{126}{6} = 21 \\
\text{Jana legt 21 km af per tourke}\)
- \(\text{Maxim heeft 57 euro uitgegeven aan een gouden Pokemonkaart.} \\ \text{Er is nu nog 144 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Maxim voor de aankoop} \\
x - 57 = 144 \\
\Leftrightarrow x = 144 + 57 = 201 \\
\text{Maxim had 201 euro}\)
- \(\text{Wouter heeft 42 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 310 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Wouter voor de aankoop} \\
x - 42 = 310 \\
\Leftrightarrow x = 310 + 42 = 352 \\
\text{Wouter had 352 euro}\)
- \(\text{Mila heeft 4 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 64 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\
4.x = 64 \\
\Leftrightarrow x = \frac{64}{4} = 16 \\
\text{Mila kan maximaal 16 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)
- \(\text{Mila heeft 4 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 70 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\
4.x = 70 \\
\Leftrightarrow x = \frac{70}{4} = 17.5 \\
\text{Mila kan maximaal 17.5 euro uitgeven aan een meter stof}\)
- \(\text{Maxim heeft 40 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 97 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Maxim voor de aankoop} \\
x - 40 = 97 \\
\Leftrightarrow x = 97 + 40 = 137 \\
\text{Maxim had 137 euro}\)