Krachten

Hoofdmenu Eentje per keer 

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

  1. \(\)Roukaya en Farah trekken aan weerszijden van een winkelkar. Roukaya trekt met een kracht van 700 N, Farah met een kracht van 800 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  2. \(\)Een veer (k = 5 N/m) ondervindt een veerkracht van 31,5 N. Hoeveel mm rekt zij uit? \(\)
  3. \(\)Nada en Farah trekken aan weerszijden van een winkelkar. Nada trekt met een kracht van 500 N, Farah met een kracht van 800 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  4. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 2 kg op Venus (g = 8,6 N/kg)? \(\)
  5. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Rojin met een kracht van 300 N. Sofiane trekt onder een hoek van 90° met een kracht van 500 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  6. \(\)Een veer (k = 9 N/m) ondervindt een veerkracht van 40,5 N. Hoeveel cm rekt zij uit? \(\)
  7. \(\)Nada en Rana trekken aan weerszijden van een winkelkar. Nada trekt met een kracht van 900 N, Rana met een kracht van 700 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  8. \(\)Op Aarde (g = 9,81 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 98,1 N. Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op Saturnus (g = 9,05 N/kg). \(\)
  9. \(\)Een veer (k = 12 N/m) ondervindt een veerkracht van 15,6 N. Hoeveel dm rekt zij uit? \(\)
  10. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 11 kg op Neptunus (g = 11 N/kg)? \(\)
  11. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Nada met een kracht van 400 N. Robin trekt onder een hoek van 90° met een kracht van 300 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  12. \(\)Een veer verlengt 510 cm en ondervindt een veerkracht van 30,6 N. Wat is de veerconstante? \(\)

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

Verbetersleutel

  1. \(\leftarrow F_{Roukaya} = 700 N ; F_{Farah} = 800 N \rightarrow \\F_R = 800 N - 700 N = 100 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 100 N naar Farah toe}\)
  2. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{31,5 N}{5 N/m} = 6,3m =6300 mm \\ \text{De veer rekt 6300 mm uit}\)
  3. \(\leftarrow F_{Nada} = 500 N ; F_{Farah} = 800 N \rightarrow \\F_R = 800 N - 500 N = 300 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 300 N naar Farah toe}\)
  4. \(F_Z = m . g = (2 kg) . (8,6 N/kg) = 17,2N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Venus is 17,2N }\)
  5. \(\rightarrow F_{Rojin} = 300 N ; F_{Sofiane} = 500 N \uparrow \\F_R = \sqrt{300^2 + 500^2} N \text{(Pythagoras)} \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van (afgerond) 583,1 N }\)
  6. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{40,5 N}{9 N/m} = 4,5m =450 cm \\ \text{De veer rekt 450 cm uit}\)
  7. \(\leftarrow F_{Nada} = 900 N ; F_{Rana} = 700 N \rightarrow \\F_R = 700 N - 900 N = -200 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 200 N naar Nada toe}\)
  8. \(m = \dfrac{F_Z}{9,05 N/kg} = \dfrac{98,1 N}{9,81 N/kg} \\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{98,1 N .9,05 N/kg}{9,81 N/kg} = 90,5N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Saturnus is 90,5N }\)
  9. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{15,6 N}{12 N/m} = 1,3m =13 dm \\ \text{De veer rekt 13 dm uit}\)
  10. \(F_Z = m . g = (11 kg) . (11 N/kg) = 121N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Neptunus is 121N }\)
  11. \(\rightarrow F_{Nada} = 400 N ; F_{Robin} = 300 N \uparrow \\F_R = \sqrt{400^2 + 300^2} N \text{(Pythagoras)} \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van (afgerond) 500 N }\)
  12. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{30,6N}{5,1m} = 6 N/m \\ \text{De veerconstante is 6 N/m}\)
Oefeningengenerator vanhoeckes.be/wiskunde 2025-04-03 03:04:35