Krachten

Hoofdmenu Eentje per keer 

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

  1. \(\)Een veer verlengt 55 dm en ondervindt een veerkracht van 44 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  2. \(\)Een winkelkar wordt geduwd door Roukaya met een kracht van 900 N. Sofiane staat aan de andere kant van de kar en trekt met een kracht van 300 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  3. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 18 kg op Aarde (g = 9,81 N/kg)? \(\)
  4. \(\)Een veer verlengt 7600 mm en ondervindt een veerkracht van 83,6 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  5. \(\)Een veer (k = 13 N/m) verlengt 36 dm . Wat is de veerkracht? \(\)
  6. \(\)Een veer (k = 13 N/m) ondervindt een veerkracht van 50,7 N. Hoeveel m rekt zij uit? \(\)
  7. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 8 kg op Saturnus (g = 9,05 N/kg)? \(\)
  8. \(\)Op Mercurius (g = 2,78 N/kg) ondervindt een voorwerp een zwaartekracht van 13,9 N. Bereken de zwaartekracht van het voorwerp op Saturnus (g = 9,05 N/kg). \(\)
  9. \(\)Een winkelkar wordt getrokken door Farah met een kracht van 300 N. Roukaya trekt onder een hoek van 45° met een kracht van 600 N. Teken en bepaal de resulterende kracht\(\)
  10. \(\)Een veer verlengt 10 cm en ondervindt een veerkracht van 0,3 N. Wat is de veerconstante? \(\)
  11. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 7 kg op de maan (g = 1,62 N/kg)? \(\)
  12. \(\)Welke zwaartekracht ondervindt een voorwerp van 12 kg op Mercurius (g = 2,78 N/kg)? \(\)

Zet het vraagstuk om in wiskundetaal en bereken

Verbetersleutel

  1. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{44N}{5,5m} = 8 N/m \\ \text{De veerconstante is 8 N/m}\)
  2. \(\rightarrow F_{Roukaya} = 900 N ; F_{Sofiane} = 300 N \rightarrow \\F_R = 900 N + 300 N = 1200 N \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van 1200 N naar Sofiane toe}\)
  3. \(F_Z = m . g = (18 kg) . (9,81 N/kg) = 176,58N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Aarde is 176,58N }\)
  4. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{83,6N}{7,6m} = 11 N/m \\ \text{De veerconstante is 11 N/m}\)
  5. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow F_V = (13 N/m ) . (3,6 m) = 46,8N \\ \text{De veerkracht is 46,8N}\)
  6. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow \Delta l = \dfrac{50,7 N}{13 N/m} = 3,9m \\ \text{De veer rekt 3,9 m uit}\)
  7. \(F_Z = m . g = (8 kg) . (9,05 N/kg) = 72,4N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Saturnus is 72,4N }\)
  8. \(m = \dfrac{F_Z}{9,05 N/kg} = \dfrac{13,9 N}{2,78 N/kg} \\ \Leftrightarrow F_Z = \dfrac{13,9 N .9,05 N/kg}{2,78 N/kg} = 45,25N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Saturnus is 45,25N }\)
  9. \(\rightarrow F_{Farah} = 300 N ; F_{Roukaya} = 600 N \nearrow \\ \text{De kar beweegt met een resulterende kracht van ongeveer 840 N (o.b.v. schets) }\)
  10. \(F_V = k . \Delta l \\ \Leftrightarrow k = \dfrac{F_V}{\Delta l} = \dfrac{0,3N}{0,1m} = 3 N/m \\ \text{De veerconstante is 3 N/m}\)
  11. \(F_Z = m . g = (7 kg) . (1,62 N/kg) = 11,34N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op de maan is 11,34N }\)
  12. \(F_Z = m . g = (12 kg) . (2,78 N/kg) = 33,36N \\ \text{De zwaartekracht die het voorwerp ondervindt op Mercurius is 33,36N }\)
Oefeningengenerator vanhoeckes.be/wiskunde 2025-04-04 04:40:02