Eenvoudige vraagstukken

Hoofdmenu Eentje per keer 

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

  1. \(\)Xander is x jaar. Zijn zus is 6 jaar jonger. Samen zijn ze 24 jaar. Hoe oud is Xander ?\(\)
  2. \(\)je betaalt 30 eurocent voor een zakje chips. De kassierster geeft je 7 eurocent terug. Hoeveel kost een zakje chips ?\(\)
  3. \(\) het verschil van het viervoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 86. Wat is het getal?\(\)
  4. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een helft van dat getal, dan krijg je 9 . Wat is dat getal? \(\)
  5. \(\) het verschil van het vijfvoud van een getal en zeven is gelijk aan de som van een negende van het getal en 301. Wat is het getal?\(\)
  6. \(\) het verschil van het zesvoud van een getal en vijf is gelijk aan de som van een vijfde van het getal en 198. Wat is het getal?\(\)
  7. \(\)als je een tiende van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 21 . Wat is dat getal? \(\)
  8. \(\) het verschil van het negenvoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een vierde van het getal en 66. Wat is het getal?\(\)
  9. \(\)als je een vijfde van een getal aftrekt van een derde van dat getal, dan krijg je 10 . Wat is dat getal? \(\)
  10. \(\)als je een negende van een getal aftrekt van een zevende van dat getal, dan krijg je 4 . Wat is dat getal? \(\)
  11. \(\) het verschil van het drievoud van een getal en vier is gelijk aan de som van een achtste van het getal en 134. Wat is het getal?\(\)
  12. \(\)als je een elfde van een getal aftrekt van een vierde van dat getal, dan krijg je 28 . Wat is dat getal? \(\)

Vertaal naar een wiskundige vergelijking. Los op door gebruik te maken van het stappenplan.

Verbetersleutel

  1. \(x+x-6 = 24\Leftrightarrow 2x-6=24 \Leftrightarrow 2x = 30\Leftrightarrow x = 15 \text{ Xander is 15 jaar}\)
  2. \(x=30 - 7 \Leftrightarrow x=23\)
  3. \( 4 x-7=\frac{x}8+86 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 32x-56=x+688 \Leftrightarrow 32x-x=688+56 \Leftrightarrow 31x=744 \Leftrightarrow x=24\)
  4. \( \frac{1}2x-\frac{1}5x=9 \overset{\mbox{ .10 }}{ \Leftrightarrow } 5x-2x=90 \Leftrightarrow 3x=90 \Leftrightarrow x=30\)
  5. \( 5 x-7=\frac{x}9+301 \overset{\mbox{ .9 }}{ \Leftrightarrow } 45x-63=x+2709 \Leftrightarrow 45x-x=2709+63 \Leftrightarrow 44x=2772 \Leftrightarrow x=63\)
  6. \( 6 x-5=\frac{x}5+198 \overset{\mbox{ .5 }}{ \Leftrightarrow } 30x-25=x+990 \Leftrightarrow 30x-x=990+25 \Leftrightarrow 29x=1015 \Leftrightarrow x=35\)
  7. \( \frac{1}3x-\frac{1}10x=21 \overset{\mbox{ .30 }}{ \Leftrightarrow } 10x-3x=630 \Leftrightarrow 7x=630 \Leftrightarrow x=90\)
  8. \( 9 x-4=\frac{x}4+66 \overset{\mbox{ .4 }}{ \Leftrightarrow } 36x-16=x+264 \Leftrightarrow 36x-x=264+16 \Leftrightarrow 35x=280 \Leftrightarrow x=8\)
  9. \( \frac{1}3x-\frac{1}5x=10 \overset{\mbox{ .15 }}{ \Leftrightarrow } 5x-3x=150 \Leftrightarrow 2x=150 \Leftrightarrow x=75\)
  10. \( \frac{1}7x-\frac{1}9x=4 \overset{\mbox{ .63 }}{ \Leftrightarrow } 9x-7x=252 \Leftrightarrow 2x=252 \Leftrightarrow x=126\)
  11. \( 3 x-4=\frac{x}8+134 \overset{\mbox{ .8 }}{ \Leftrightarrow } 24x-32=x+1072 \Leftrightarrow 24x-x=1072+32 \Leftrightarrow 23x=1104 \Leftrightarrow x=48\)
  12. \( \frac{1}4x-\frac{1}11x=28 \overset{\mbox{ .44 }}{ \Leftrightarrow } 11x-4x=1232 \Leftrightarrow 7x=1232 \Leftrightarrow x=176\)
Oefeningengenerator vanhoeckes.be/wiskunde 2021-12-02 02:34:42