Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
- \(\text{Mohamed heeft 56 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 333 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\)
- \(\text{Loubna gaat 3 dagen in de week zwemmen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 0.75 km gezwommen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Wouter heeft 28 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 319 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\)
- \(\text{Ayman heeft 24 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 229 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)
- \(\text{Lina heeft 5 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 38 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\)
- \(\text{Ayman heeft 42 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 324 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\)
- \(\text{Sarah gaat 4 dagen in de week lopen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 32 km gelopen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Mohamed heeft 25 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 299 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\)
- \(\text{Mila heeft 3 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 66 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\)
- \(\text{Nihad gaat 6 dagen in de week fietsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 72 km gefietst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Sarah gaat 4 dagen in de week zwemmen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 1 km gezwommen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\)
- \(\text{Maxim heeft 32 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 59 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\)
Gebruik het stappenplan voor het oplossen van vraagstukken.
Verbetersleutel
- \(\text{Mohamed heeft 56 euro uitgegeven aan een spidermanpak.} \\ \text{Er is nu nog 333 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Mohamed voor de aankoop} \\
x - 56 = 333 \\
\Leftrightarrow x = 333 + 56 = 389 \\
\text{Mohamed had 389 euro}\)
- \(\text{Loubna gaat 3 dagen in de week zwemmen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 0.75 km gezwommen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per baantje} \\
3.x = 0.75 \\
\Leftrightarrow x = \frac{0.75}{3} = 0.25 \\
\text{Loubna legt 0.25 km af per baantje}\)
- \(\text{Wouter heeft 28 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 319 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Wouter voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Wouter voor de aankoop} \\
x - 28 = 319 \\
\Leftrightarrow x = 319 + 28 = 347 \\
\text{Wouter had 347 euro}\)
- \(\text{Ayman heeft 24 euro uitgegeven aan een kerstcadeau voor een vriendin.} \\ \text{Er is nu nog 229 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\
x - 24 = 229 \\
\Leftrightarrow x = 229 + 24 = 253 \\
\text{Ayman had 253 euro}\)
- \(\text{Lina heeft 5 meter stof nodig om een kleedje te maken.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 38 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de stof per meter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per stof} \\
5.x = 38 \\
\Leftrightarrow x = \frac{38}{5} = 7.6 \\
\text{Lina kan maximaal 7.6 euro uitgeven aan een meter stof}\)
- \(\text{Ayman heeft 42 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 324 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Ayman voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Ayman voor de aankoop} \\
x - 42 = 324 \\
\Leftrightarrow x = 324 + 42 = 366 \\
\text{Ayman had 366 euro}\)
- \(\text{Sarah gaat 4 dagen in de week lopen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal rondes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 32 km gelopen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per ronde} \\
4.x = 32 \\
\Leftrightarrow x = \frac{32}{4} = 8 \\
\text{Sarah legt 8 km af per ronde}\)
- \(\text{Mohamed heeft 25 euro uitgegeven aan een spelletje voor de PlayStation.} \\ \text{Er is nu nog 299 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Mohamed voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Mohamed voor de aankoop} \\
x - 25 = 299 \\
\Leftrightarrow x = 299 + 25 = 324 \\
\text{Mohamed had 324 euro}\)
- \(\text{Mila heeft 3 liter frisdrank nodig om mee te nemen naar een feestje.} \\
\text{Ze heeft een budget van maximaal 66 euro.} \\
\text{Hoeveel mag de frisdrank per liter maximaal kosten?}\\ \text{x is maximale kost per frisdrank} \\
3.x = 66 \\
\Leftrightarrow x = \frac{66}{3} = 22 \\
\text{Mila kan maximaal 22 euro uitgeven aan een liter frisdrank}\)
- \(\text{Nihad gaat 6 dagen in de week fietsen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal tourkes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 72 km gefietst.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per tourke} \\
6.x = 72 \\
\Leftrightarrow x = \frac{72}{6} = 12 \\
\text{Nihad legt 12 km af per tourke}\)
- \(\text{Sarah gaat 4 dagen in de week zwemmen.} \\
\text{Ze doet elke keer hetzelfde aantal baantjes.} \\
\text{Aan het einde van de week heeft ze 1 km gezwommen.} \\
\text{Hoeveel km legt ze af per dag?}\\ \text{x is het aantal km per baantje} \\
4.x = 1 \\
\Leftrightarrow x = \frac{1}{4} = 0.25 \\
\text{Sarah legt 0.25 km af per baantje}\)
- \(\text{Maxim heeft 32 euro uitgegeven aan een nieuwe batterij voor zijn smartphone.} \\ \text{Er is nu nog 59 euro over.} \\ \text{Hoeveel geld had Maxim voor de aankoop?}\\ \text{x is de hoeveelheid geld van Maxim voor de aankoop} \\
x - 32 = 59 \\
\Leftrightarrow x = 59 + 32 = 91 \\
\text{Maxim had 91 euro}\)